Reisperiode/noorderlicht

De beste reistijd hangt van je persoonlijke voorkeuren af.  Hieronder vindt je een beschrijving van de verschillende perioden.

De uren daglicht staan vast, ook is ons gebied 100% sneeuwzeker van half december tot bijna mei, maar details over het weer laten zich nooit exact voorspellen. Dus zijn er geen garanties, wel gaat het om ‘grotere kansen op …’. Om het noorderlicht te kunnen zien moet het in eerste instantie heldere lucht en donker zijn. Verder moet je geluk hebben. Op onze hoogteligging is de kans op noorderlicht 50/50 als het heldere lucht is. Dat kan gaan van zwak tot zeer sterk.

 

Half december tot half januari

Het echte Lapland. Slechts 3 tot 4 uur daglicht, eindeloze schemer en lange nachten met grote kans dat je het noorderlicht zult zien. We sleeën elke dag ook een tijd bij schemer en donker, wat een speciale ervaring is. Prachtige kleuren doordat de zon rakelings boven de horizon staat. Kans op sneeuwval is groot maar ook grote kans op helder weer. Echter de zon geeft geen warmte en opvallend genoeg zijn heldere dagen altijd de koudste. Het ziet er sprookjesachtig uit met vaak dikke pakken sneeuw op de bomen. Nog niet zo heel veel sneeuw op de grond, vaak tussen de 25 en 40 cm waardoor de trails erg hobbelig kunnen zijn en sleeën soms echt kicken is. Als het sneeuwt kan het rond nul zijn, maar zodra de hemel opentrekt gaat de diepvries open. Ideale periode voor wie op zoek is naar  ‘kick en WAUW’ ervaringen en niet bang is om af te zien.

 

Half  januari tot half februari

Al wat langere dagen. Op het einde van de dagtochten gaat het schemeren, het wordt pas helemaal donker als we op de overnachtingsplekken zijn. Vrij grote kans op sneeuwval, maar ook grote kans op heldere luchten waarbij het steenkoud kan worden. Zon geeft nauwelijks warmte af. Nog veel sneeuw op de bomen en 35 tot 60 cm sneeuw op de grond waardoor de trails al wat vlakker zijn en iets ‘makkelijker’ te besleeën. Gemiddeld gezien is dit de koudste periode van het jaar, het is vaak tussen de -10 en -30 graden overdag, met uitschieters tot soms -40 ’s nachts. Grote kans op noorderlicht. Ideale periode voor de avonturier.

 

Half  februari tot half maart

Langere dagen, we sleeën enkel nog bij vol daglicht. Grote kans op zonnige dagen waarbij de zon al wat warmte begint af te geven. Kleinere kans op sneeuwval. Vaak is de sneeuw van de bomen afgewaaid of door de zon weggesmolten. Dik pak sneeuw op de grond, sommige winters tot een meter dik. Sleeën is redelijk makkelijk door vlakke, goed samengepakte trails. De grootste kou is verdwenen, overdag wordt het vaak tussen -5 tot rond nul of iets erboven in maart. Maar ’s nachts blijft het vriezen en kan het nog makkelijk -20 worden. Goeie kans op noorderlicht al is het pas in de loop van de avond en ’s morgens vroeg donker genoeg om het te zien. Ideale periode voor mensen die het iets minder extreem willen.

 

Half maart tot half april

Vroege lente gevoel, met lange dagen, grote kans op zon die al lekker warm aanvoelt, kleine kans op sneeuwval. Geen sneeuw meer op de bomen maar nog veel sneeuw op de grond. Sleeen is vrij ‘makkelijk’ door de hard gepakte trails. Overdag lekker ‘warm’ met temperatuur rond nul of tot +5 graden. ’s Nachts vriest het nog licht tot matig. Door de grote kans op helder weer is de kans op noorderlicht in principe groot, maar wil je je kansen vergroten om het te zien dan zul je een aantal keren per nacht moeten opstaan om te checken. Ideale periode voor mensen die het wat comfortabeler willen.